Image
MS Buddy
Image
MS Buddy

MS en vaccinaties


Verantwoord vaccineren begint met op tijd bespreken


In de spreekkamer komt het regelmatig langs: “Mag ik deze vaccinatie wel hebben?” of “Moet ik dit nog regelen vóór de start van mijn behandeling?” Voor mensen met MS zijn vaccinaties extra belangrijk, omdat behandeling en ziekte het risico op infecties kunnen verhogen1. Tegelijk vraagt vaccineren om goede timing, omdat de respons op vaccinatie verminderd kan zijn tijdens behandeling1. Als MS-verpleegkundige speel je daarom een belangrijke rol in het vroeg signaleren, uitleggen en plannen van vaccinaties.

Waarom vaccinaties bij MS extra aandacht vragen

Vaccineren is bij MS niet iets voor ‘erbij’. Juist vóór de start van een ziektemodulerende behandeling is het belangrijk om stil te staan bij de vaccinatiestatus, risicofactoren en eventuele reiswensen1. Belangrijk om te weten: vaccinaties zijn bij MS in principe veilig voor start van de behandeling en verhogen het risico op een relapse niet1.

De kernboodschap voor jouw gesprek: vaccineren kan meestal gewoon, maar timing en type vaccin zijn bepalend.

Levend verzwakt of geïnactiveerd: dit onderscheid moet je scherp hebben

Bij vaccinaties is één onderscheid cruciaal:

  • levend verzwakte vaccins
  • geïnactiveerde (niet-levende) vaccins1

Levend verzwakte vaccins mogen niet gegeven worden bij immuungecompromitteerde patiënten1. Dat is relevant bij veel MS-behandelingen, zoals anti-CD20-therapie, S1P-modulatoren, cladribine en alemtuzumab. Geïnactiveerde vaccins kunnen in principe wel, maar werken het beste als ze vóór de start van behandeling worden gegeven (bij voorkeur minimaal 2 weken voor de start van de behandeling).1,2

Dit onderscheid helpt je om patiënten veilig en praktisch te begeleiden.

Bekijk onderaan dit artikel een overzicht van de soorten vaccins.

Denk vooruit: timing is cruciaal

Vaccinaties bespreek je bij voorkeur al vóór de start van een ziektemodulerende behandeling.1 Dat vraagt om vooruitdenken. Hoe ver van tevoren je moet plannen, hangt af van het type vaccin:

  • Voor geïnactiveerde vaccins (zoals influenza, pneumokokken of COVID-19) is de vuistregel: geef ze het liefst uiterlijk twee weken vóór de start van de behandeling.1 Lukt dat niet en is de patiënt al onder behandeling? Dan kan het nog steeds, bij voorkeur minimaal vier weken vóór een volgende dosis.1
  • Voor levend verzwakte vaccins (zoals waterpokken of BMR) geldt een striktere regel: die moeten minimaal vier tot zes weken vóór de start van immuunsuppressieve behandeling zijn afgerond. Tijdens de behandeling mogen ze niet worden gegeven.1

Welke vaccinaties zijn belangrijk voor behandeling?

De richtlijn adviseert om voor de start van ziektemodulerende behandeling het Rijksvaccinatieprogramma te voltooien en te letten op de volgende aanvullende vaccinaties1:

  • pneumokokken
  • influenza
  • COVID-19
  • HPV (bij S1P-receptormodulatoren)

Daarnaast is het advies om de VZV-status te controlerente testen vóór de behandeling en bij een negatieve IgG te vaccineren tegen waterpokken.1 Er zijn twee VZV-vaccins beschikbaar: een levend verzwakt vaccin en geïnactiveeerd. Dit is belangrijk om in acht te nemen bij het wel of niet toedienen bij bepaalde DMT’s.

Vaccinatie tegen gordelroos kan overwogen worden bij patiënten boven de 50 jaar of bij een eerdere gordelroosinfectie.1 Ook reizigersvaccinaties kunnen een rol spelen - consulteer hiervoor een vaccinatiepoli, gespecialiseerd in het vaccineren van patiënten met immuun-modulerende therapie.

Wat bespreek je als MS-verpleegkundige?

Vaccinaties zijn meer dan alleen een prikmoment. Bespreek:

  • vaccinatiestatus (RVP, eerdere vaccinaties)
  • geplande of lopende behandeling
  • reisplannen
  • doorgemaakte infecties (zoals waterpokken)

Veel patiënten hebben vragen of zorgen. Sommigen zijn bang voor bijwerkingen of een relapse, anderen twijfelen over veiligheid. Leg dan uit dat vaccineren bij MS voor start van de behandeling in principe veilig is, maar dat type vaccin en timing belangrijk zijn1. Door dit goed uit te leggen, voorkom je onzekerheid en uitstel.

Wat noteer je in het dossier?

Neem vaccinaties mee in je verslaglegging:

  • vaccinatiestatus
  • VZV-status (indien relevant)
  • geplande of gegeven vaccinaties
  • gekozen DMT en timing
  • gegeven voorlichting en adviezen

Dit helpt om het overzicht te bewaren en maakt vervolgafspraken in het team makkelijker.

Kort samengevat voor jouw praktijk


Vaccineren bij MS kan meestal veilig, maar vraagt om goede afstemming. Het helpt om:

  • onderscheid te maken tussen levend en niet-levend vaccin
  • vaccinaties vroeg te bespreken
  • timing af te stemmen op behandeling
  • en patiënten goed voor te lichten 

Als verpleegkundige speel jij hierin een sleutelrol. Door vaccinaties op tijd te bespreken, voorkom je dat ze later een knelpunt worden in de behandeling.


Bekijk hieronder het schema van geïnactiveerde en levend verzwakte vaccins:

GeïnactiveerdLevend/levend verzwakt
Cholera 
D(K)TP 
HAV 
HBV
Herpes Zoster (Shingrix) 
Hib
HPV
Influenza vaccins 
Japanse encefalitis 
Meningokokken vaccins 
Pneumokokken vaccins 
Rabiës vaccin
SARS-CoV-2 vaccins 
Tekenencefalitis vaccin 
Tetanustoxoïd
BCG 
BMR
Buiktyfus (oraal)
Dengue & gele koorts vaccin 
Rotavirus (vanaf 2024 in RVP) 
Varicella (provarivax)
Herpes Zoster (Zostavax)


Meer informatie: https://www.cbg-meb.nl/onderwerpen/vaccins/soorten/overzicht-vaccins

 

Referenties
1.    Nederlandse Vereniging voor Neurologie. (2024, 29 januari). Welke vaccinaties zijn geïndiceerd voor de start en tijdens de behandeling? Richtlijnendatabase. https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/multiple_sclerose_ms/ziektemodulerende_beha ndeling_van_ms/screening_en_veiligheidsmonitoring/welke_vaccinaties_zijn_ge_ndice erd_voor_de_start_en_tijdens_de_behandeling.html
2.    Immunostart. (z.d.). Consult. Geraadpleegd op 10 mei 2026, van https://immunostart.nl/consult/


Tags

FA-11689845