Bijwerking melden?
Neem dan contact met ons op via:
[email protected]
Kijk verder dan wat je ziet
In je dagelijkse werk ligt de nadruk vaak op ziekteactiviteit: relapses, MRI en progressie1. Maar wat je minstens zo vaak hoort (of juist niet hoort), zijn de klachten waar patiënten dagelijks tegenaan lopen. MS uit zich bij iedereen anders en verandert in de tijd2. En juist die klachten - vermoeidheid, cognitieve problemen, onzeker lopen - bepalen hoe iemand zijn leven ervaart1. Goed monitoren betekent dus: niet alleen meten, maar vooral goed luisteren en doorvragen.
Veel MS-klachten worden niet zichtbaar tijdens een consult1. Patiënten kunnen moeite hebben met concentratie, sneller vermoeid zijn of zich minder zeker voelen bij het lopen, zonder dat dit direct opvalt1. Wat je vaak ziet, is dat mensen zich ongemerkt aanpassen. Ze plannen hun dag anders, nemen vaker rust of vermijden situaties die te belastend zijn. Dit gebeurt dikwijls zonder dat ze het zelf expliciet benoemen1. Als je er niet gericht naar vraagt, blijft dit gemakkelijk onder de radar.
Je weet dat ziekteactiviteit niet alleen bestaat uit relapses. Ook zonder duidelijke schubs kan er sprake zijn van achteruitgang3. In de praktijk betekent dit dat iemand op papier stabiel lijkt, terwijl het dagelijks functioneren toch achteruitgaat4. Dat kan subtiel beginnen, maar heeft vaak grote impact op het leven van de patiënt. Daarom is het belangrijk om verder te kijken dan alleen medische uitkomsten.
In de praktijk maak je gebruik van verschillende manieren om MS te volgen, zoals neurologisch onderzoek, MRI en schalen als de EDSS. Deze geven waardevolle informatie over ziekteactiviteit en progressie. Tegelijk zeggen deze metingen niet altijd iets over hoe het écht gaat in het dagelijks leven3. Hoe iemand functioneert thuis, op werk of sociaal vlak, blijft vaak buiten beeld1. Juist daar zit vaak de grootste impact van de ziekte.
Uit onderzoek weten we dat er bij MS vaak sprake is van zogenaamde 'hidden symptoms’: klachten en beperkingen die niet of pas laat worden herkend1. Je ziet dit bijvoorbeeld bij patiënten die minder ondernemen, vaker hulp nodig hebben of trager reageren. Soms verandert het gedrag subtiel: iemand wordt stiller, zegt afspraken af of heeft meer moeite met dagelijkse taken. Dit zijn vaak signalen van achteruitgang die met standaard meetinstrumenten niet worden opgepikt3.
Om deze signalen zichtbaar te maken, helpen gerichte, open vragen. In plaats van te vragen: “Hoe gaat het?” kun je specifieker doorvragen. Bijvoorbeeld:
Deze vragen openen het gesprek - en geven vaak verrassend veel inzicht.
Jij bent vaak degene die het dichtst bij het dagelijks functioneren van de patiënt staat. Door gericht door te vragen kun je:
Je bent daarmee een belangrijke schakel tussen patiënt en behandelteam5. Wat jij signaleert, maakt verschil.
Probeer het gesprek te richten op het dagelijks functioneren. Hoe komt iemand de dag door? Wat lukt nog wel en wat niet meer zoals vroeger? Hoe gaat het op werk, thuis of in sociale situaties?
Door ook stil te staan bij cognitieve klachten, vermoeidheid en zelfstandigheid, krijg je een completer beeld. Vaak zit de belangrijkste informatie in kleine veranderingen die een patiënt zelf nauwelijks benoemt. Juist die nuances maken het verschil.
Leg niet alleen ‘harde’ uitkomsten vast, maar ook wat je opvalt:
Zo maak je ontwikkelingen in de tijd zichtbaar, ook voor je collega’s.
Goede monitoring bij MS gaat verder dan wat je kunt meten. Het vraagt om aandacht voor het dagelijks functioneren en om actief doorvragen. Door kleine signalen serieus te nemen en gericht vragen te stellen, krijg je een beter beeld van wat er echt speelt.
Referenties
1. Rieckmann, P., Centonze, D., Elovaara, I., Giovannoni, G., Havrdová, E., Kesselring, J., Kobelt, G., Langdon, D., Morrow, S. A., Oreja-Guevara, C., Schippling, S., Thalheim, C., Thompson, H., Vermersch, P., Aston, K., Bauer, B., Demory, C., Giambastiani, M. P., Hlavacova, J., … Ben-Amor, A.-F. (2018). Unmet needs, burden of treatment, and patient engagement in multiple sclerosis: A combined perspective from the MS in the 21st Century Steering Group. Multiple Sclerosis and Related Disorders, 19, 153–160. https://doi.org/10.1016/j.msard.2017.11.013
2. Ubbink, D. T., Damman, O. C., & De Jong, B. A. (2022). Shared decision-making in patients with multiple sclerosis. Frontiers in Neurology, 13, 1063904. https://doi.org/10.3389/fneur.2022.1063904
3. Giovannoni, G., Popescu, V., Wuerfel, J., Hellwig, K., Iacobaeus, E., Jensen, M. B., García-Domínguez, J. M., Sousa, L., De Rossi, N., Hupperts, R., Fenu, G., Bodini, B., Kuusisto, H.-M., Stankoff, B., Lycke, J., Airas, L., Granziera, C., & Scalfari, A. (2022). Smouldering multiple sclerosis: The 'real MS'. Therapeutic Advances in Neurological Disorders, 15, 1–18. https://doi.org/10.1177/17562864211066751
4. Kappos, L., Wolinsky, J. S., Giovannoni, G., Arnold, D. L., Wang, Q., Bernasconi, C., Model, F., Koendgen, H., Manfrini, M., Belachew, S., & Hauser, S. L. (2020). Contribution of relapse-independent progression vs relapse-associated worsening to overall confirmed disability accumulation in typical relapsing multiple sclerosis in a pooled analysis of 2 randomized clinical trials. JAMA Neurology, 77(9), 1132–1140. https://doi.org/10.1001/jamaneurol.2020.1568
5. Van den Berg, R., Blok, K., Tebayna, N., Van Dijk, M., Van Rosmalen, J., & De Beukelaar, J. (2024). Reasons patients with primary progressive multiple sclerosis contact their specialist nurses. International Journal of MS Care, 26(1), 30–35. https://doi.org/10.7224/1537-2073.2022-056